Een vreselijk gerucht de ronde; er zou een moord gepleegd zijn! Een spoor van veren op het Plaats Delict is het nog tastbare bewijs en na volkstelling werd het vermoeden bevestigd door deDorpsoudsten: een van de Geveerderden was weg

. Snel riepen zij het voltallige rechercheteam, beter bekend als 'de Vijf', bijeen om een plan van aanpak te bedenken teneinde de dader op te sporen. Dit viel nog niet mee, want een ieder had het druk met zijn eigen taken die nu eenmaal alle aandacht opeisen.
Zo was daar de Grote Grijze, een roemruchte, eerbiedbaardige oude heer, die nog lang niet van plan was met pensioen te gaan. Hij hield als Hoofd Bewaking de stadspoort en de grenzen van het dorp altijd nauwlettend in de gaten en vermeende boeven dienden zonder dralen het domein te verlaten of ze kregen ervan langs. Hij was dan ook lichtelijk verbaasd dat het iemand was gelukt langs zijn wacht te komen, maar daardoor des te meer vastberaden de dader bij zijn kladden te grijpen

en stond dan ook vooraan de orders in ontvangst te nemen.
Voor de Hoofdcommissaris was deze zaak een kolfje naar haar hand; onder haar leiding zouden ze de omgeving afscannen en ondervragen, geen plekje overslaand en geen middel schuwend. Als ze maar eens naar hààr zouden luisteren, was dit mysterie vast zo opgelost! Zij werd daarin bijgestaan door de Jongste Bediende. Als jongeling wilde hij maar wat graag een treetje hoger op de ladder komen, en wist met zijn vrolijke pluimstaart en grappig klapperende oren altijd hoe hij in het gevlei van de dorpsoudsten moest komen. Dit vaak tot ongenoegen van de Hoofdcommissaris die nu eenmaal op orde en goeie manieren gesteld was. Zijn aanstelleritus leverde hem menigmaal een stevige reprimande op, maar dat weerhield hem allerminst ermee door te gaan. Het leek haar dan ook maar het beste hem onder haar hoede te nemen, zodat zij tenminste toezicht kon houden op zijn apenstreken.
Zodra ze zich even van haar nimmer aflatende strijd tegen het Knaagdierengilde kon losmaken, kwam in een noodgang de Sniper aangerend. Haar speurneus, snelheid, bravoure en vermogen om daar te komen waar niemand dat voor mogelijk hield, maakte haar tot een waardevol lid van de Brigade. Zij kon dan ook meestal op toegeeflijkheid en goedkeuring van de Hoofdcommissaris rekenen. Als er een in staat moest zijn de dader te lokaliseren, was het de Sniper wel!
Uiteindelijk kwam daar ook de Bureauchef aanlummelen. Ondanks wat zijn atletische gestalte deed vermoeden, was hij liever lui dan moe. De Hoofdcomissaris wist dat hij pas in actie zou komen als de vermeende moordenaar hun pad zou kruisen, maar op dat moment was zijn kracht en snelheid dan ook van onschatbare waarde. Voorlopig mocht hij nog even terug naar het Bureau voor telefoondienst, waar hij zich weer heerlijk op het bed in een cel nestelde om zijn ochtendslaapje te vervolgen.
Aldus werd het plan van aanpak aan de dorpsoudsten gepresenteerd. Hoofd Bewaking zou zorgvuldiger dan ooit zijn rondes doen, en iedere vorm van onraad rapporteren. Helaas liet zijn gehoor hem de laatste tijd nogal in de steek, en waren ook zijn ogen niet meer zo goed als voorheen. Daarom meende hij dat maar het best te compenseren door regelmatig acte de présence te geven, opdat men niet zou denken dat hij zijn taken niet meer goed kon vervullen

. De Sniper was zojuist bij het Plaats Delict aanbeland, toen daar al het alarm van de Grote Grijze afging! Het Opsporingsteam o.l.v. de Hoofdcommissaris was nog nauwelijks vertrokken, en zo kwamen zij gelijktijdig in alle staten van opwinding bij de toegangspoort aan. Dat was snel

. Helaas bleek het vals alarm, en na een waarschuwing van de chef de mission, toog het viertal weer aan het werk. De Bureauchef had het beter geleken zijn krachten nog even te sparen, en bij de telefoon te blijven

.
Eenmaal terug bij het treurige hoopje veren, deed De Sniper haar uiterste best een vreemde geur op te vangen en te volgen. Echter kwam ze geen enkele indicatie van een verdachte op het spoor; alleen de vertouwde geuren en geluiden van de dorpsbewoners waren waarneembaar

. Wel waren er muizen- en rattenbendes weer volop actief, dus besloot ze al gauw dat ze zich maar beter nuttig kon maken door hen in de kraag te vatten.
Intussen waren de Hoofdcommissaris en de Jongste Bediende in de omgeving van het dorp gestart met hun ondervragingen. De Hoofdcommissaris hanteerde een uitgekiende strategie: met haar koele, enigszings afstandelijke houding benaderde zij de te ondervragen partij, en zodra die genegen leek informatie te verstrekkken, gooide zij al haar charmes in de strijd om ze nog wat loslippiger te maken. Over het algemeen bleek iedereen tot medewerking bereid als je ze maar op de juiste manier benaderde, wist zij, en met honing ving je nu eenmaal meer vliegen dan met azijn! Helaas gooide de Jongste Bediende natuurlijk weer roet in het eten door zijn geldingsdrang

. Uitkafferen en onder druk zetten, dààr zouden ze van onder de indruk zijn en dan zouden ze zich wel twee keer bedenken om niet mee te werken . Zijn jolige, fluffy uiterlijk verraadde niets van zijn overtuigingskracht die hij tentoon kon spreiden

. Menigmaal moest de Hoofdcommissaris hem tot de orde roepen, al maakte dat de situatie er vaak niet beter op en moesten uiteindelijk de dorpsoudsten ingrijpen. Een vernedering uiteraard.
Plotseling klonk daar weer het alarmerende geblaf van de Hoofd Bewaking! Dit keer wist hij het zeker: de boeven stonden aan de poort! Immers, dat gele autootje kwam bijna iedere dag. Dan stapte er iemand uit die vervolgens naarstig aan het kastje bij de poort begon te rommelen. Zodra hij dan aan kwam stormen om ze eens stevig aan de tand te voelen, maakten ze zich haastig uit de voeten. Die moest het wel zijn natuurlijk, en dus zette hij alles op alles om hele Corps te verzamelen. Hij was zo overtuigend, dat zelfs onze kantoormedewerker zich naar buiten spoedde. Ditmaal zou zijn zorgvuldig opgespaarde energie vast benut gaan worden. Helaas was het gele autootje er alweer vandoor toen hij ter plaatse kwam. Damn, al die moeite voor niks! Voor de vorm zette hij ook nog maar even een grote mond op zodat de dorpsoudsten konden horen hoe hard hij zijn best voor hen deed, hopend op een passende beloning uiteraard

. Toen die uitbleef, sjokte hij maar weer terug naar zijn bed, waar hij zich nog eens heerlijk opkrulde. Een flinke ruft verliet luidruchtig zijn lichaam...
Tevergeefs deed ieder zo op zijn of haar manier z'n best het mysterie van de verdwenen dorpsbewoner te ontrafelen. De hele ochtend ging voorbij, maar niemand slaagde erin de dader op te sporen, laat staan aan te houden. De Dorpsoudsten waren enigszins teleurgesteld, maar prezen alle medewerkers voor hun inzet en zetten hen een heerlijke lunch voor. Na het eten zocht de Grote Grijze een aangenaam plekje op om even bij te komen van de enerverende ochtend, nietemin de poort nauwlettend in de gaten houdend. De Sniper ging op de bank liggen knorren, alvast snode plannen smedend voor de middag. De Jongste Bediende liet zich nog eens uitgebreid belonen door de dorpsoudsten, waarbij hij zich alle knuffels genietend liet welgevallen (en koos er daarbij voor de blikken van misprijzen door de Hoofdcommissaris te negeren

). Zij bleef uiteraard in de buurt van de dorpsoudsten, want je wist nooit of en wanneer zij haar weer nodig zouden hebben!
Toen hij zich ervan had vergewisd dat er echt helemaal nergens ook maar iets te eten viel, ging tenslotte ook de Chef Bureaudienst weer terug naar bed. Zuchtend en geeuwend liet hij zich op de zachte kussens neervallen, waarbij dit keer een harde boer hem ontviel.
Nog nèt viel te zien, voor wie in de buurt zou zijn geweest, hoe een klein wit kippeveertje tussen zijn tanden opdwarrelde...