De drie snuffels van een meneer splitsten uit in twee groepjes. De ene waren de doodsbange reuen die ervantussen gingen met de baas er roepend achteraan.
En dan een onverstoorbare tante Betje die mijn longstukjes had geroken
“Gaat baasje nou weg? Je denkt toch zeker niet dat ik daar achteraan ga”

“Ik voeg mij wel in dit meer culinaire gezelschap”

“Nou, waar blijft dat longstukje” (baasje was inmiddels uit zicht)








